| Terug |
Gestalttherapie
is psychotherapie. Zij onderscheidt zich van andere vormen van psychotherapie door
haar theoretische uitgangspunten, die doorwerken in haar therapeutische benadering.
Aan de basis van Gestalttherapie staat de Gestaltpsychologie. Dat is een stroming
in de psychologie die, vanwege het unieke karakter van de eenheid in de menselijke
waarneming en beleving, weigert om menselijke gedragingen in afzonderlijke elementen
te splitsen. Elk levend wezen structureert zijn wereld in zinvolle eenheden.
In Gestalttherapie zijn veld, contact, gewaar-zijn, hier en nu, en experiment centrale
begrippen.
De werkelijkheid is relationeel. Dat wordt uitgedrukt met het begrip "veld". Het samenhangende veld is voortdurend in beweging, in wisselwerking. De omgeving beïnvloedt mij door te stimuleren, uit te dagen, te belemmeren of te overweldigen en wat allemaal nog meer mogelijk is. Ook het omgekeerde gebeurt: ik beïnvloed mijn omgeving door me terug te trekken of juist heel fel te zijn, door te zorgen of door destructief gedrag, al naar mijn eigen aangeboren en aangeleerde mogelijkheden. Problemen wijzen op een verstoring of blokkade in de wisselwerking. Het positieve daarbij is dat als ik aandacht durf te geven aan wat mij omgeeft en als ik zicht krijg op mijn eigen aandeel, ik een middel in handen krijg om iets aan die verstoring te doen.
Gestalttherapie werkt vanuit contact. Hoe ik contact maak met mijn omgeving heeft alles te maken met wat ik nodig heb van mijn omgeving, wat ik kan en wil geven, maar ook wat de omgeving nodig heeft van mij. Daar hoef je niet theoretisch over na te denken, dat gebeurt tijdens het therapeutisch proces in de wijze waarop het contact tussen therapeut en cliënt zich vormt.
Gestalttherapie werkt met gewaar-zijn. Gewaar-zijn heeft te maken met voelen en zien, met horen en denken, met alles wat ik lijfelijk en zintuiglijk kan waarnemen. Maar soms gebeurt het dat ik niet weet ik voel, zie, hoor, denk. Of dat ik niet in staat ben om werkelijk te voelen wat ik voel, te zien wat ik zie, enzovoort. De therapeut zal mij als cliënt helpen mijn aandacht te richten op dat wat nu wellicht nog vaag voelbaar is in mijn lichaam. Zij zal mij vragen dat gevoel uit te vergroten, zodat het uitdrukking kan krijgen. Daarvoor is het nodig dat ook de therapeut voeling houdt met wat er zich in haar eigen onderstroom aandient. Zij staat open, trilt mee, en proeft datgene wat ik als cliënt in het gesprek binnenbreng. Zij kan er ook voor kiezen bruikbare elementen uit haar eigen proces het gesprek binnen te brengen, bijvoorbeeld wat ik haar doe.
Gestalttherapie richt zich op het hier en nu. De wisselwerking tussen mij en mijn omgeving gebeurt in de actualiteit van waar ik nu ben en hoe ik daarin ben. Ik kan alleen maar waarnemen wat zich hier en nu aandient. Wordt er dan geen aandacht aan het verleden besteed? Ja zeker, voor zover het hier en nu aandacht vraagt. Het verleden is in het heden aanwezig als her-innering die zich met het actuele nu verbindt en daar blokkeert, pijn doet of verbanden aanreikt. Hetzelfde geldt voor de toekomst: in het heden roept die wensen, verlangens naar boven, die mij iets zeggen over wat hier en nu gebeurt of nodig is.
Gestalttherapie maakt gebruik van experimenten. Een experiment is bijvoorbeeld het uitvergroten van een vaag gevoel. Of een rollenspel. Of het uitproberen van nieuw gedrag in de betrekkelijk veilige context van de therapiekamer. Het is een middel om mijn gewaar-zijn te vergroten, waardoor ik mijn behoeften beter kan leren kennen en in staat ben te kiezen wat ik daar mee doe. De uitkomst van een experiment staat niet van tevoren vast. Het is een samen zoeken van therapeut en cliënt.
Gestalttherapie behoort tot de existentiële en experiëntiele (ervaringsgerichte) therapieën. Dat maakt het mogelijk de Gestalttheoretische uitgangspunten ook in een andere context toe te passen, bijvoorbeeld waar het gaat om geestelijke zorg, pastorale hulp en coaching.
Wilt u meer lezen, klik hier voor de tekst van twee door mij gehouden lezingen over gestalttherapie:
| Terug |